Reviews

Review Kenny Butterill’s  – Troubadour Tales – Independent label artist

I first came across Kenny Butterill and his music some ten years ago. At that time I got a review copy of his album ‘Just a Songwriter’. The album got some fine accolades and it made me want to search for more. It turned out there was a previous released album entitled ‘No One You Know’. Both albums made clear that Kenny is so much more than just a songwriter. He’s a poet writing wonder-ful songs on sublects that he can relate to. He once stated ‘I can only write or sing about things that move me’. Like a painter expresses himself through his colors, Kenny expresses himself through his music, wonderful compositions, fine lyrics and instruments. Over the past ten years there was not much to buzz about on Kenny. He wanted to retire, had lost his interest in music. Losing his good friend Willie P Bennett was hard on him. He went back to Canada to his beloved Balsam Lake, just north of Toronto/Canada and built himself a new log cabin and found other things in life to tend to.

Performing at a recent Townes VanZandt annual wake in Texas gave him back what he had lost. It gave him the strength to pick up his pen and he wrote some wonderful songs at his cabin on Balsam Lake. It all led to his third project ‘Troubadour Tales’. He found the right music to his words and with the help of some fine colleagues/fellow travellers he went into the studio to record them. Among his fellow travellers are Donovan, Cindy Cashdollar, Red Volkaertt, Rob Ikes, John Reischman, John Lee Sanders, David Grier and Ray Bonneville. To find Donovan on Kenny’s album is rather rare. He doesn’t do that a lot. The only time Donovan ever played harmonica on anyone else’s album was for Townes VanZandt. Sarah Elizabeth Campbell, Audrey Auld, Zoe Muth and Linda McRae are present for some fine harmony and backing vocals.

The results of the hard work in the studio are again amazing. Like on his pre-vious released albums Kenny has painted some wonderful pictures again. He is an observer, an onlooker. Like a troubadour in the old days singing and traveling from one castle to another telling stories on all kinds of events, Kenny tells us his stories about love, relations and politics. You will find thirteen genuine, brand new songs on ‘Troubadour Tales’. Whether you’re looking for roots, folk, blues, Americana, alt-country or just feel good music, you’ll fin dit on ‘Troubadour Tales’.

I have no preferences. I just like the whole album from the first until the last song. More than once I click the repeat button. I’m glad Kenny Butterill is back. ‘Troubadour tales’ was worth the wait. I just hope I won’t have to wait so long again for a follow up.

©Marten van der Laan/Country Stew/Radio Compagnie/The Netherlands

Week cd Country Stew – Melanie Dekker – Secret Spot – Elephant Ears Ent

Deze week komt onze week cd uit Canada, maar heeft het een Nederlands tintje. De groot-ouders van Melanie Dekker komen namelijk uit de Veenkoloniën, zelf werd ze overigens in Canada geboren. In haar studietijd werd al snel duidelijk dat Melanie en de bühne een prima eenheid vormen. Na een aanloopperiode met werken als dj/vj en in coverbands kwam ze rond 1997 met haar eerste solo album Impulsive. De jaren erop was ze o.a. actief als muziekthera-peute in een ziekenhuis, was ze lid van 4 Play en kwam ze in 1999 met haar 2e solo album getiteld Uh-Huh.

Met een eerste en een tweede plaats tijdens een songwriting competitie kwam de carrière van Melanie in een stroomversnelling. In 2003 stak Melanie voor het eerst the big pond over voor een bezoek aan Europa. Het blijft niet bij deze ene keer. De volgende jaren keert ze regelmatig terug en is schare fans groeiende. Ook komen er met de regelmaat van de klok nieuwe cd’s uit. Just Because wordt in 03 uitgebracht, gevolgd door o.a. Acoustic Ride (07), Here & Now (11), Distant Star (13) en op 2 maart 2018 ons week album Secret Spot.

Thema’s door de jaren heen zijn de liefde, het verlies, haar positieve kijk op het leven. Ook actuele thematiek zoals de soldaten aan het front en de vrouwen die thuisblijven stipt ze aan. Het laatste is te horen in het lied Fall in/Wounded Soldier en levert haar een eervolle onder-scheiding op.

Melanie voelt zich thuis in het pop-rock genre, maar een uitstapje schuwt ze ook niet. Ze kent haar gitaar als haar broekzak en ze is met haar innemende warme persoonlijkheid op en naast de bühne een traktatie voor het oog en het oor.

Op haar Secret Spot album vind je vooral songs door haarzelf geschreven. Bij het opnemen, mixen en produceren deed ze een beroep op Sheldon Zaharko. De songs zijn wederom (h)eerlijke verhalen verpakt in mooie arrangementen en worden uitgevoerd met gitaar, piano, orgel, banjo, drum en trompet. Wat verder opvalt is het directe schrijven van Melanie, geen verpak-king maar straight.

Secret Spot is een album dat mij direct heeft gevangen en regelmatig druk ik op de repeat-toets. Bijzondere liedjes op het album zijn voor mij Memories of you en When it’s over (beide gaan over het verlies van…), Front Row en Better than we do (over het meer genieten van… en een beter zelfbeeld/opkomen voor jezelf als vrouw). Mijn hart smelt bij het warme verhaal in Te Amo Mucho over haar vader die naar later blijkt ook nog kan zingen. Tot slot is er nog de titelsong Secret Spot door Allen Roger geschreven. Het brengt je naar, hoewel geheim, na het volgen van de aanwijzingen bij Melanies favoriete plek Deep Cove.

Uitdagend en nonchalent verleidelijk glimlachend nodigt Melanie je op de cover uit om haar te volgen naar haar Secret Spot. Ik heb geen spijt van het volgen en kijk alweer uit naar het volgende album.

© Marten van der Laan/Country Stew/Radio Compagnie

David Olney – This Side or the Other – Black Hen Music

Onze weekartiest werd als David Charles Olney op 23 maart 1948 in Providence, Rhodes Island geboren. In de aanloop naar zijn solo carrière was Olney o.a. betrokken bij de band Simpson en nam hij als frontman twee albums op met de band The X-Rays. In 1986 komt Olney met zijn solo debuut album getiteld Eye of the storm, gevolgd door het Deeper Well album dat in 1988 verscheen. Bijna elk jaar is er tot nu toe wel een album van hem verschenen en dat betekent dat de teller inmiddels op 30+ staat.

In de Nashville scène, maar ook ver daarbuiten, is Olney een zeer gewaardeerd en gerespecteerd collega. Wijlen Townes VanZandt plaatste hem ooit in het rijtje Bach, Lightin’ Hopkins en Bob Dylan. Je kunt het minder treffen denk ik. Als songwriter werkt hij veel samen met John Hadley. Olney zocht voor zijn laatste project een producer waarbij hij zich op zijn gemak zou voelen. De keuze viel daarbij op de Canadese met een Juno Award onderscheiden Steve Dawson. Overigens speelt Dawson ook nog een heerlijke gitaar partij in het lied Death will not divide us.

Olney is bekend met ‘the wandering life and a yearning heart’. In zijn teksten vind je geen persoonlijke ontboezemingen op dit gebied. Liever kruipt hij in de huid van anderen. Die anderen werden door Emmylou Harris al eens omschre-ven als ‘charlatans, gypsies and thieves, the ordinary and extraordinary’. Luisteren naar Olney betekent geen dertien in een dozijn stem. Niet gelikt, maar authentiek en herkenbaar. Qua stem moet ik denken aan het best bewaarde geheim van The Appalachian Mountains Malcolm Holcombe en zijn album Come Hell or High Water.

Alle tien nummers op het album zijn van Olney’s hand, behalve de afsluiter She’s not there. In 1965 een grote hit voor The Zombies, maar door Olney in een nieuw jasje gestoken. Het is een rootsy cover geworden, waarbij het feit dat ze er niet is natuurlijk pijn doet, maar Olney’s verpakking maakt het draaglijk en laat je berusten. Ontwerp voor het album is gedaan door zijn vrouw Lillian. Naast Steve Dawson werkten ook Charlie McCoy, The McCrary Sisters, Anne McCue en zijn vaste band bestaande uit Daniel Seymour bas, Ward Stout viool en Justin Amaral drum mee aan het album.

Hoewel het album geen conceptalbum is, is er toch een soort van rode draad in de teksten waardoor het één geheel vormt. In een aantal liedjes is sprake van een muur/a wall. Hierbij kun je direct denken aan de titel(song) van het album This Side or the Other. Hij schreef het lied samen met John Hadley en Anne McCue. Het lied vertelt over het feit dat je helaas niet zelf bepaalt aan welke kant van de muur je staat. Soms wordt dat door anderen of geboorte bepaald. Een verwijzing naar het Amerikaans-Mexicaanse immigratievraagstuk. Zelf zegt hij over ‘a wall’ het volgende ‘I wanted to explore the idea of walls. What does a wall mean. Is it a physical or symbolic blockage’. Samenvattend zou je kunnen zeggen dat Olney muren in categorieën indeelt en erover schrijft/ zingt als een observer zonder te veroordelen.

Ik ben wel een liefhebber van dit soort beschouwingen. Het stemt je tot naden-ken, geeft je nieuwe inzichten en leidt soms tot het herzien van je mening. Alleen daarom al ben ik blij met This Side or the Other. Voeg daarbij nog de heerlijke wijze waarop het geheel is gearrangeerd/gecomponeerd en vervolgens is uitgevoerd en geproduceerd en je hebt een album waarbij ik regelmatig op de herhaaltoets druk.

Olney komt weer naar ons land. Op 12 oktober is hij te zien in het Muziekpodium in Bakkeveen en op 16 oktober treedt hij op in Oenstjerk op Folk in de Walden.

© Marten van der Laan/Country Stew/Radio Compagnie

Dennis K Duff – Songs from Lyon County – Gracey Holler Music

Week cd Country Stew/Radio Compagnie

Deze week staat het album Songs from Lyon County van Dennis K Duff in the spotlight. Duff had het idee om de rijke geschiedenis van Lyon County/Kentucky vast te leggen in songteksten om die geschiedenis, die deels mondeling is doorgegeven, te bewaren voor de huidige en toekomstige bewoners van het gebied.

De teksten zijn niet gebaseerd op uitgebreid historisch onderzoek of gedocumenteerde feiten, maar meer op de persoonlijke levensverhalen, dagboekaantekeningen van de mensen die de geschiedenis echt geleefd hebben.

Lyon County is een deel van Kentucky dat ligt ingeklemd tussen de Tennessee en Cumberland rivier. Door dit geïsoleerd liggen van het gebied is de geschiedenis ervan erg interessant. Er zijn nauwelijks invloeden van buiten af. Wat je er ziet, hoort e.d. is dus voortgekomen uit de generaties die in het verleden zijn gaan wonen.

De dagboekaantekeningen en levensverhalen zijn door Dennis Duff omgezet in songteksten en vertellen over tabaksoorlogen, overstromingen, illegaal jenever stoken, het rotsvaste geloof in God, de ijzerindustrie en de energiemaatschappij TVA en hun desastreuze invloed op het leef- en woongebied door het bouwen van stuwdammen.

Mooie muzieklijnen dragen de songteksten die zijn verpakt in heerlijke bluegrass, country en Americana arrangementen en die worden uitgevoerd door een prachtige line-up van muzikanten en vocalisten. Meewerkende muzikanten zijn Cody Kilby, Jason Carter, Andy Leftwich an Alan Bartram. Vocale bijdragen zijn er van Paul Brewster, Darin & Brooke Aldridge, Josh Shilling, Bradley Walker, Holly Pitney en dennis Duff.

Het album werd opgenomen at Cody Kilby’s in Mount Juliet/Tennessee en geproduceerd door Duff en Kilby.

Songs from Lyon County is niet alleen een heerlijk muziek album geworden, maar ook een mooi historisch document, een prachtig tijdbeeld van een lange tijd geïsoleerde wereld.

Misschien een goed idee om de toch vaak droge geschiedenislessen mee op te vrolijken.

© Marten van der Laan/Country Stew/Radio Compagnie

Mark Blomsteel – #Dutchboy – label Heartselling

Mark Blomsteel werd in het Havenziekenhuis van Rotterdam geboren en groeide daarna op in Ommoord/Rotterdam. Wilde als tiener graag lid zijn van een Boyband en kwam via vakanties met zijn ouders en roadtrips naar Amerika in contact met de nieuwe generatie country muziek.

Ik kwam op het spoor van Mark, nadat hij in 2008 op MySpace een song had geplaatst. Het was voor hem de opmaat voor/de start van een lang gekoesterde wens, een droom: een car-rière in de country muziek. Hij houdt van het genre vanwege het feit dat teksten voor hem belangrijk zijn. In 2009 ging Mark op uitnodiging van Fred Vail, ex-manager en producer van The Beach Boys, alleen de grote waterplas over. Inmiddels is Nashville/Tennessee zijn thuis geworden. Mark is Fred Vail erg dankbaar en is inmiddels kind aan huis in zijn Treasure Isle Recorders. In deze studio namen o.a. Dolly Parton en Johnny Cash hun albums op en Mark ontmoette er de band Alabama en werd studiogenoot van Jason Aldean. Met de studioband kan hij het prima vinden en met Chris Leutzinger, bandleider en de gitarist op alle Garth Brooks albums, heeft hij een bijzondere band.

Hoewel Mark er wel hard voor moet werken en van de muziek nog niet kan leven, heeft vanaf het begin het geluk hem wel toegelacht. ‘What’s that cowgirl see in me’, een track van zijn debuutalbum, bracht hem een eerste DCMA Award in 2012. Het album kreeg in 2014 een opvolger met als titel ‘Crank it’. Mark wil in zijn songs graag het positieve benadrukken, maar schuwt een boodschap ook niet. Ik denk aan de songs ‘Talk me down’ en ‘Someone some-where tonight’. Beide van het tweede album ‘Crank it’. Het laatste lied kreeg na de recente shooting in Las Vegas voor Mark een speciale lading en hij draagt dit lied dan ook op aan de slachtoffers van de shooting, waarvan hij een aantal persoonlijk heeft gekend. Het album ‘Crank it’ werd goed ontvangen en kreeg in eigen land vier nominaties. Uiteindelijk mocht Mark er twee in ontvangst nemen.

Nadat het vervolgens een tijdje stil werd, kwamen er de eerste tekenen dat er een nieuw album aanstaande was. De eerste single werd ‘Contagious’ gevolgd door een poging om afgelopen zomer een heuse zomerhit te scoren met de single ‘Crazy come crazy go’. De derde single die getrokken werd van #Dutchboy werd een ballad. Een prachtige tekst geschreven door de producer van Westlife en Mark Roberts die met het lied ‘Mysterious Woman’ in 1997 voor Ierland aan het songfestival deelnam. Het is één van de tweehonderd liedjes/songteksten die Mark heeft beluisterd om uiteindelijk tot de lijst voor zijn derde album #Dutchboy te komen.

Volgens Mark is acht zijn lucky number, maar volgens mij is dertien ook een prima getal. Waarom? Hij vloog op de dertiende oktober vanuit Amerika naar Nederland voor de promotie van zijn dertien songs tellende nieuwe album #Dutchboy dat op dertien oktober jl. officieel is uitgekomen. Het album bracht hem vier nominaties en onlangs mocht Mark in Leerdam tijdens de 33e DCMA Award show er twee in ontvangst nemen, te weten Album of the Year Award 2017 voor het album #Dutchboy en Song of the Year Award 2017 voor het beladen lied ‘Lived and gone to heaven’. Ondanks al deze successen blijft Mark die nuchtere Rotterdammer uit de polder.

Het album #Dutchboy is een mooi afwisselend album, een aaneenschakeling van heerlijke teksten gestoken in mooie pop/country/rock arrangementen uitgevoerd door een aantal topmuzikanten uit ‘Music City USA’ Nashville/Tennessee. Een aantal van zijn songs hebben inmiddels ook een paar mooie clips opgeleverd, waardoor de liedjes nog meer gaan leven. Mark kan wat mij betreft de concurrentie met elke country artiest aan. Het enige dat nog ontbreekt is een vette hit die zijn definitieve doorbraak zou inluiden. Misschien lukt het met het album #Dutchboy. Het album heeft een aantal tracks die hem zo’n hit zouden kunnen bezorgen. Mijn favoriete tracks zijn ‘Show me what you’ve got’, ‘Lived and gone to heaven’, ‘Saturday Night’, ‘Guns or Roses’ en last but not least de eerste single van het album #Dutchboy ‘Contagious’. Ik hoop dat ik nog heel lang besmet mag blijven en kijk uit naar de opvolger.

© Marten van der Laan/Country Stew/Radio Compagnie 2017

Jim Wyly – The Artisan – Texas Fanfair label 

De week cd artiest werd bijna 72 jaar geleden in Tyler/Texas geboren. Zijn naam is Jim Wyly. Al veertig jaar actief in de muziek was in die tijd onder andere lid was van The Movin’ Target en The Lunar Rollers.

The Artisan van Jim Wyly, onze week cd, heeft geen toeters en geen bellen. Daardoor is het album heel basic gebleven. De muziek staat in dienst van de teksten en laten daarbij Jims stem in de spotlight staan. Een stem getekend door het leven en daardoor misschien een krasje en een deukje opgelopen. Juist daardoor spreekt de stem zo tot de verbeelding en komen de eigen geschreven teksten zo binnen. Ik denk hierbij bij voorbeeld aan het nieuw geschreven ‘Nobody lights my heart like you’ en het al eerder geschreven oudere lied ‘Suddenly I’m single’. Het album is een mooie mix van oud(er) en nieuw materiaal.

Een vrolijke love song zoals ‘Nobody lights my heart like you’ of het hoopvolle lied ‘Someone’s gonna love you’ staan net als in het echte leven in schril contrast met de ingetogen, wat sombere songs als ‘I don’t want to be there’ of ‘Coyotes of Legend’. Laatste is een schreeuw om hulp in de dagelijkse strijd om te overleven. De liedjes hebben over het algemeen een folky inslag, echter in songs als ‘You took me’ en ‘Red Water River Queen’ wordt het ineens dampend en bluesy.

The Artisan betekent letterlijk handwerksman en dat heeft Jim ook gemaakt. Een heerlijk ambachtelijk product met bijzonder goed door hemzelf geschreven toegankelijke teksten. Ze zijn verpakt in mooie melodielijnen en arrangementen die door de (gast)muzikanten nog meer glans en kracht krijgen. Op mondharmonica Ray Bonneville, Javier Chaparro zorgt voor heerlijk vioolwerk, percussie wordt verzorgd door Jorge de Armas en zangeres Libby Koch zorgt voor warme, harmonieuze backing vocals. Het finger picking gitaarspel is van de meester handwerksman Jim Wyly zelf. Chuck Howthorn produceerde het elf liedjes tellende album dat in de King Electric Studio in Austin/Texas met hulp van engineer Justin Douglas werd opgenomen.

Aangezien goede wijn geen krans behoeft, staak ik hier het steken van de loftrompet en wens je, onder het genot van een mooie rode wijn, veel luisterplezier met Jim Wyly’s goed gelagerde album The Artisan.

© Marten van der Laan/Country Stew/Radio Compagnie

Adrian Farmer – cd Blue Eyes – label E.R.A.

Het heeft heel wat jaren geduurd, maar eindelijk is hij dan uit. Na aan albums van diverse collega’s in binnen- en buitenland te hebben meegewerkt, heeft Adrian Farmer nu zijn eerste solo debuutalbum uit. Dit meewerken aan al die albums betaalt zich op Blue Eyes uit. De sympathieke, warme, bescheiden en toegankelijke Engelsman die we allemaal kennen van de Groninger bluegrass band de Stroklinkers kan zijn vurigste wens nu van zijn bucketlist halen.

Het is een bijzonder bluegrass/folk album geworden. Adrian heeft namelijk op zijn eerste album alles in ‘eigen’ hand gehouden. De songs zijn of door hemzelf geschreven, dan wel zelf uitgezocht en soms deels van een eigen nieuw arrangement voorzien. De gebruikte snaarinstrumenten, alle door hemzelf gebouwd, worden door Adrian zelf bespeeld. Er is een uitzondering. Het gastoptreden van Joost van Es uit Utrecht. Opmerkelijk is dan wel weer dat Joost speelt op een door Adrian speciaal voor Joost gebouwde viool. Daarnaast zijn er nog de gastmuzikanten Annemarie de Bie van de groep Fling. Zij zorgt voor heerlijke tin whistle momenten op Londonderry Air en A soldiers return. In dit laatste lied grijpt Adrian terug op de Engelse geschiedenis. De tijd van Cromwell (eerste helft 17 eeuw) die de republikeinse troepen aanvoerde tijdens de Engelse burgeroorlogen. Tijdens deze oorlogen vielen ook een aantal voorouders van Adrian. Bert Veldkamp speelt bas op alle tracks behalve op track 14. Henk Bloupot zorgt voor percussiewerk in het openingslied How will I know en Coos Grevelink van de Undercover Studio in Zuidbroek is aanwezig voor prachtige muzikale hand- en spandiensten, zorgt voor puik engineerwerk en draagt samen met Adrian de verantwoordelijkheid voor het produceren. En of het nog niet genoeg is, zorgt Adrians dochter voor de foto’s bij de cd (hoes en boekje) en beheert zijn zoon de website. Als kers op de taart is er het eigen platenlabel E.R.A.

De songs op het album komen uit de periode 1981 t/m 2017. Adrian is geen vlotte schrijver en bovendien bedient hij zich bij het schrijven van zijn teksten nog van het oude handwerk: pen en papier. Veel van zijn songs hebben de liefde als onderwerp of bevatten een verwijzing ernaar. In het ope-ningslied How will I know, met een prachtige Jerry Douglas-achtige dobro intro, vraagt Adrian zich af op zijn geliefde nog thuis op hem ziet te wachten. In een aantal songs gaat Adrian terug naar zijn jeugd. Avenue of Love en het instrumentale Mutleys Run zijn daarvan mooie voorbeelden. Van de veertien songs zijn er drie instrumentaal: Hurricane Ade, Mutleys Run en Londonderry Air (aka Oh Danny Boy). Het laatste lied is door Adrian van een eigen begin- en eindarrangement voorzien. Het album ademt ‘een heerlijke walk down Memory Lane’ en wat alle liedjes gemeen hebben is een open structuur met ruimte voor heerlijke solomomenten van de dobro, de viool, de tin whistle en niet onbelangrijk voor liedjes teksten die zijn te volgen.

Blue Eyes is meer dan een verdienstelijk debuutalbum van Adrian Farmer. Mij heeft het album geboeid vanaf de eerste dobro klanken. Ik spreek hier de wens uit dat het geen ERA gaat duren alvorens er een opvolger komt. Het album is bij optredens van de Stroatklinkers te verkrijgen. ‘Een solo album/project is leuk, maar mag het werk van de Stroatklinkers niet in de weg staan’, aldus Adrian. Tot slot nog dit: ‘Adrian, I tip my hat. Well done sir !!’

©Marten van der Laan/Country Stew/Radio Compagnie

Album of the week: Michelle Lewis – All that’s Left – self released

Album van de week is deze week, vrijdag 31 augustus 2018, Michelle Lewis’- All that’s Left. Het is het 3e album van de uit Boston/MA afkomstige singer-songwriter dat ze in eigen beheer uitbrengt op 19 oktober a.s. De eerste single van het album is Push on dat Michelle samen schreef met Robby Hecht. In september komt ze naar Europa ter promotie van haar album.

Haar eerste full album verscheen in 2004 en kreeg de titel This time around. Na een tweetal ep’s verscheen in 2014 haar tweede full album getiteld The parts of us that remain. Nu dus haar derde full album All that’s left . Daarop verkent Michelle het emotionele spectrum en heeft daarbij extra aandacht voor de twee uitersten, te weten vreugde/liefde en verdriet/verlies en alles wat er tussenin zit. Ze begeleidt zichzelf op haar gitaar in the fingerpicking stijl. Voeg daarbij een heerlijke stem en de prachtige in mooie folk-pop arrangementen gestoken op het leven gebaseerde teksten en je hebt een heerlijk album waar ik graag naar teruggrijp. Zelf zegt ze over het schrijven van haar teksten het volgende: ‘Sometimes the songs are already written, you just have to listen’. Veel van haar teksten komen dus tot stand door onder de mensen te zijn met haar ogen/oren wijd open. Het nummer Scars is bijvoorbeeld gebaseerd op het le-vensverhaal van haar oma. Ze hoorde het verhaal pas, nadat haar oma was overleden. Het lied Please don’t go is ook een voorbeeld van zo’n onder de mensen opgepikt verhaal. Het album All that’s left kent meer sad songs than uplifting songs, omdat muziek voor haar interessanter wordt naarmate ze er emotioneel dieper in kan graven. Ze schreef zeven van de tien songs zelf, twee co-writtten songs met Robby Hecht, te weten Push on en In love again. Het tiende lied is een cover van niemand minder dan The Boss/ Bruce Springsteen. Eigenlijk is Bruce ook folkzanger laat Michelle weten. Ze koos voor zijn Dancing in the dark en maakte er een heerlijk luistermoment van met diezelfde voelbare spanning.

Als songwriter schreef Michelle o.a. teksten voor Cher, Shawn Colvin en Kelly Osbourne. Ze studeerde aan de Berklee College of Music, en ze maakt samen met collega-songwriters en composers deel uit van SONA (Songwriters of North America). De stichting behartigt de be-langen van de aangesloten leden.

Voor haar 3e album grijpt Michelle terug op de muzikale samenwerking met Anthony J Resta (Duran Duran en Elton John) en Karyadi Sutedja. Featered cello op het album bespeeld door Cameron Stone (Game of Thrones), piano door Ruslan Sirota(Josh Groban) en accordeon door Nate Gonzalez.

Mijn fave nummers zijn Scars – Lay on my pillow – That’s what they say – All that’s left – In love again – Please don’t go.

‘Her happy songs bring tears and her sad songs make you smile’. Als je van deze emoties houdt, dan heb je met All that’s left een perfect album voor dat soort momenten.

‘All that’s left is much more than something that has been left over. Perfect album for moody moments’ – Marten van der Laan/Country Stew/Radio Compagnie

Mike Blakely – The Outside Circle – Swing Rider Records

In week 48 een week cd van een zanger en liedjesschrijver die ook boeken schrijft. Zijn naam is Mike Blakely en komt uit de Lonestar State Texas. Zowel in zijn boeken als songteksten neemt hij je mee naar de tijd waarin de emigranten uit Europa vanuit het oosten van Amerika steeds verder naar het westen trokken. Het land werd in kaart gebracht, grenzen werden ge-trokken, steden werden gebouwd en spoorlijnen werden aangelegd. Amerika werd ontgonnen vaak ten koste van de oorspronkelijke bewoners.

Over die prille jaren van de nieuwkomers zingt Mike Blakely vanaf 1988 en schrijft hij er sinds 1993 ook boeken over. Het fictief schrijven over ‘How the West was won’ leverde hem tot nu toe twee keer de Spur Award for Best Western Novel op uitgereikt door de Western Writers of America. Twee van die boeken schreef hij met bekende zangers, te weten Willie Nelson en Kenny Rogers. Zijn songteksten werden o.a. opgenomen door Johnny Bush, Raul Malo en Johnny Rodriguez. Drie van zijn songteksten zijn opgenomen in de Top 100 Western Songs of all time. In 2007 ontving hij voor één van de drie, te weten ‘The Last White Buffalo’, een Spur Award for Best Western Song.

Mike Blakely groeide op op een boerderij in Wharton County/Texas. Al vroeg was duidelijk dat het stadse leven niets voor hem zou zijn. Hij zegt hierover ‘I always wanted to live in the country, have a place of my own, be my own boss, hunt and fish’. Niet alleen wist hij al snel waar hij wilde gaan wonen, ook over zijn toekomstige baan deed hij op jonge leeftijd al een uitspraak ‘From an early age I wanted to be a fiction writer’.

The Outside Circle uitgebracht op het Swinger Records label is zijn dertiende album. Alle tien songs zijn Blakely originals, behalve ‘The Outside Circle’, ‘The Bronc Man’ en ‘Don’t ever sell your saddle’. Dit zijn co-written songs met Damon Rogers. Het lied ‘The Colorado trail’ is afkomstig uit het public domain. Het is een heerlijk lied met op accordeon de uit Nederland afkomstige Bart de Win (duo TipJar, nieuw album Onward).

Zoals hij zijn boeken schrijft, levendig en spannend, zo vertolkt hij ook zijn songteksten. Ver-pakt in passende composities en arrangementen en uitgevoerd met o.a. gitaar, bas, accordeon, viool en pedal steel komt de vroege geschiedenis van Noord-Amerika tot leven. De cd werd geproduceerd door Walt Wilkins en Ron Flynt. De Jumping Dog Studio in Austin/ Texas speelde een belangrijke rol bij het opnemen van de cd. Het album kwam in juni van dit jaar uit. Jarenlang heeft Blakely getoerd en opgetreden in Amerika en Europa. Momenteel doet hij het rustiger aan en beperkt zich tot festivals en huisconcerten voornamelijk in Texas. Op zijn eigen boerderij in de buurt van Llano geeft hij ook regelmatig een concert.

‘Voor de liefhebbers van beelden met point, swing en tail riders, die muleskinners willen zien zweten, die een knappend kampvuur willen ruiken, die dierenhoeven willen horen roffelen en in de verte de coyotes willen horen huilen, die moeten het album The Outside Circle van Mike Blakely zeker gaan aanschaffen’.

© Marten van der Laan/Country Stew/Radio Compagnie

Bob Livingston – Up the Flatland Stairs – Howlin’ Dog records

De weekartiest bij COUNTRY STEW is deze week de op 26 november 1948 in San Antone geboren, maar in Lubbock opgegroeide Robert Lynn Livingston. Wij kennen deze veteraan beter onder zijn artiestennaam Bob Livingston. In Lubbock zette hij zijn eerste schreden op zijn muzikale pad en is hij anno 2019 bijna 50 jaar ‘on the road’. Op zijn nationale, maar zeker op zijn internationale reizen als ambassadeur voor de Amerikaanse muziek treedt Livingston op met de meest uiteenlopende groepen. Al deze contacten hebben hem gevormd tot de man die hij nu is en hij heeft er nog steeds hoorbaar en zichtbaar plezier in.

Na het verlaten van Lubbock en wat omzwervingen door Amerika vinden we Bob Livingston begin jaren ‘70 in The Live Musical Capital of the World Austin. Daar werkt hij verder aan zijn carrière en is samen met Michael Murphy de grondlegger van The Lost Gonzo Band. In die periode wordt ook de basis gelegd voor het COSMIC COWBOY gebeuren met stromingen als de progressieve country en outlaw country. Het leverde Bob de bijnaam Cosmic Bob op.

Naast solo artiest is Livingston ook bandlid, bandleider en veelgevraagd sessie- en gast-muzikant. Zo werkte hij o.a. mee aan albums van Terry Allen, Butch Hancock en Michael Martin Murphy. De songs die hij in de loop van de jaren heeft geschreven staan niet alleen op zijn eigen albums, maar worden ook regelmatig opgenomen door collega’s zoals Jerry Jeff Walker, Gary P Nunn en Walt en Tina Wilkins. Het schrijven en optreden heeft hem een stevige basis gegeven. Hij wordt alom gewaardeerd en dat leidde o.a. tot een Album of the Year Award in 2011 voor zijn Gypsy Alibi en werd hij in 2016 opgenomen in de Texas Music Legends Hall of Fame en twee jaar later werd zijn naam bijgeschreven in de West Texas Music Walk of Fame.

Z’n laatste project Up in the Flatland Stairs is een heel divers album geworden. Divers vanwege de tekstschrijvers, o.a. bijdragen van Walter Hyatt/The Early Days, David Halley/A day of some months, co-written songs met b.v. Laurie Turner/That’s the way things go en John Hadley/A few things right, maar ook door een aantal eigen songs. Daarnaast is het divers vanwege de soms klein en akoestisch gehouden uitvoering, maar ook groots en elektrisch. De arrangementen, composities zijn zo gekozen dat de teksten hun maximale ondersteuning krijgen, zonder dat ze door de instrumentatie naar de achtergrond worden gedrukt. De teksten zijn toegankelijk en invoelbaar en gaan in de breedste zin van het woord over het leven met al zijn facetten. Het geheel is heerlijk afgemixt. Bob Livingston produceerde het album samen met Don Richard en begin januari werd het album door Howlin’ Dog record label uitgebracht.

‘Ben jij ook hoopvol naar de toekomst en wil je daarin bevestigd worden door een door het leven gevormde ‘road dog’ met een filosofische kijk op de wereld, dan is ‘Up the Flatland Stairs’ van Bob Livingston een aanrader voor je platencollectie!!’

© Marten van der Laan – Country Stew/Radio Compagnie – 2019

The Currys – This Side of the Glass – Indie/Self releleased Nadat in 2013 zanger/gitarist Tommy Curry zijn onderwijsbaan vaarwel had gezegd om zich vervolgens aan te sluiten bij zijn broer Jimmy en neef Galen, kwam het muzikale avontuur van the Currys pas echt goed opgang. De groep is afkomstig uit Port St. Joe/FL en werkt momenteel vanuit Charlottesville/VA. Met twee albums, te weten Follow (2014) en West of Here (2016) heeft de groep een mooie fan base opgebouwd. De band heeft het regionale bar- en luistercircuit van Florida achter zich gelaten en wil graag deel uit gaan maken van de (inter) nationale Americana scene. Om dat te bereiken zijn de heren voor hun derde album, dat op 1 maart jl. uit kwam en veertien songs telt, in zee gegaan met producer/gitarist Sam Whelon en technicus Stewart Myers (o.a. Jason Mraz). Wat opvalt aan the Currys is dat de band beschikt over drie heren die alle drie weten hoe ze een tekst moeten schrijven en die vervolgens ook op een schitterende wijze, vocaal en instrumentaal, weten te vertolken. Door dit driemanschap, waarbij elk zijn eigen inbreng heeft, weet de band diverse vraagstukken op het album vanuit meerdere invalshoeken te belichten. Bij het opnemen van het album dit keer geen druk en beperkingen van een studio, maar de rust en de ruimte van Sam Whelons boerderij in Upstate NY. Het album is misschien hierdoor erg afwisselend geworden. Up tempo met diverse elektrische instrumenten, maar ook ballad met een kleine bezetting, akoestisch en intiem. Mooie lead en backing vocalen, maar ook prachtige harmoniezang. Volgbare en daardoor invoelbare teksten. De groep afficheert zich/wordt geafficheerd als een ‘melodieuze folk-rock band’ maar is volgens mij meer dan dat. Met het album This Side of the the Glass slaan the Currys een weg in met meerdere (ver)gezichten. Het ene moment is het country (Gulf Coast Home), terwijl het iets verderop meer folk pop getint is (Pin You Down). Echter na een volgende bocht in de weg waan je je in een Paul Simon-achtige Graceland omgeving (Soon Enough). In het afslui-tende lied Garden, met een bijna klassiek intro overgaand in een heerlijke piano/gitaar, wordt je als een boot op een zachtjes voortkabbelende rivier meegedragen. De uit familieleden bestaande kern van de groep wordt aangevuld met Matt ‘Trixx” Kauper op bas en Johnny Humphreys op drum. Voor het opnemen van het album werd een beroep gedaan op gastmuzikanten, te weten Daniel Clarke, Ethan Cypress, Kevin Mall, Sebastian Green, Sam Whelon en Charles Arthur. The Currys hebben met dit derde album hun naam definitief op de Americana kaart gezet. Naar mijn bescheiden mening zullen we nog wel meer gaan horen van deze heerlijke band die nog maar zes jaar onderweg is. In hoeverre hierbij de wens de vader van de gedachte is, laat zich wel raden. Ik heb genoten van This Side of the Glass en ben erg nieuwsgierig hoe het er aan ‘the other side’ uit ziet. © Marten van der Laan – Country Stew/Radio Compagnie 2019